Toen Toby me vroeg over St. Petersburg te schrijven haalde ze me uit Chili vandaan, waar ik aan de hand van Isabel Allende rondzwief, dobberend op haar prachtige manier van schrijven; hoe ze het land van haar jeugd te beschrijft en ik dacht dus, dat moet maar een ander doen, dat kan ik niet.
Maar eigenlijk zie ik wel een parallel, hoe ik me aan de hand van Toby heb laten verbazen en laten meevoeren door een volstrekt onbekend land. Dat het me volstrekt onbekend was, was natuurlijk voor het grootste deel aan mezelf te wijten. Dat bleek al de eerste kennismakingsavond onder het, nog immer geldende recept van champagne met kaviaar, waar het me duidelijk werd dat de stambomen me duizelden en ondanks de goede voornemens me dat allemaal eigen te maken is het me blijven duizelen. Liesbeth had zich al een flinke bres gegeten door het heerlijke St. Petersburg boek dat ik die avond voor het eerst zag. Toen dacht ik nog: “tijd zat”. Elisabeth en Emmy waren duidelijk bij de les en Gerda, die zich bescheiden in mysterieus zwijgen hulde verdenk ik ervan dat ze er ook alles van wist; bleven Marielle en ik over om ons zo nu en dan onder de overweldigende hoeveelheden informatie, plafondschilderingen, gouden deuren, ambere kamers, fonteinen , blinkende mannenbillen, Meissner aardewerk en smoelengalerijen even terug te trekken met de voorzichtige wenkbrauwen in de vraag: Heb jij ze allemaal op een lijn, de Catharinas en Elisabeths, aangetrouwde, ingedrongen, vermoorde, wettige en onwettige leden van het Tsarenrijk? Paleis na paleis ( is de Hermitage ook een paleis?) kerken, mozaïeken, kroonluchters, trappenhuizen, Rembrandts, Rubensen, impressionisten; een weelde van nooit eerder geziene beelden trokken aan me voorbij. Bleef steeds de vraag:”Marielle, is hier die Italiaanse architect niet bezig geweest? Oh, toch een rus. Ja, bedankt . Hoewel ik mijn revanche de laatste dag op de begraafplaats nam bij het herkennen van het graf van Dostojevski, voelde ik me verre van geleerd. Wel geïmponeerd. Als een plaatje op mijn netvlies schuift er steeds naar voren onze eerst avond. Direct na aankomst lopen naar de aanlegsteiger en vanaf het water de eerst indrukken opdoen van een stad die ook bedoeld is om vanaf het water te bekijken. Nooit vond je blik een saai plekje, nooit vond je hand een leeg glas. Dan is de regenbui op de terugweg naar het hotel - de énige volgens mij - maar bijzaak. Wat ik bedoel met lopend aan Toby’s hand? wat natuurlijk ook aan Olga’s hand was, is dat ik me geen moment zorgen heb hoeven maken; niet over Russische Maffia, niet over kaartjes bemachtigen, niet over, hoe moet ik nu betalen?, want voor alles was gezorgd en overal waren vriendelijke behulpzame mensen . CD afluisteren zonder een woord Russies te spreken? Lukt. Kaviaar uit het grote vat in plaats van de potjes? Lukt. Witte wijn in plaats van Wodka? Lukt. En mijn eerste life Zwanenmeer en vast niet het laatste Zwanenmeer; een voorstelling die ik niet gauw zal vergeten. Eén keer, toen ik een kaarsje wilde branden in de kerk, kon ik alleen met roebels betalen, maar mijn wens was nog niet uitgesproken of Olga fluisterde:”hoeveel?”ik stak 3 vingers op en onder het toeziend oog van Rubens brandde ik mijn kaarsjes. Koosje